Minimumloon van Nederland in top EU

Het minimumloon bedroeg in Nederland per 1 januari 2007 1.301 euro per maand. Hiermee behoort Nederland tot de zes EU-landen met het hoogste minimumloon. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.
Grote verschillen in minimumloon in EU
De hoogte van het wettelijk minimumloon in de EU-landen liep begin 2007 uiteen van 92 euro in Bulgarije tot 1.570 euro in Luxemburg per maand. In Nederland lag het minimumloon met 1.301 euro per maand relatief hoog. In veel landen van Europa komt het minimumloon namelijk niet boven de 700 euro uit. Naast Luxemburg en Nederland vormen ook Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België hierop een uitzondering. In al deze landen ligt het minimumloon boven de 1.250 euro.

Minimumloon veel lager dan gemiddeld verdiende loon
Het gemiddelde verdiende loon van werknemers is doorgaans twee tot drie keer zo hoog als het wettelijk minimumloon in hun land. Het gemiddelde maandloon van voltijdwerknemers bedroeg in Nederland eind 2005 ongeveer 2.900 euro per maand, ruim twee keer zo veel als het minimumloon. In de Oost-Europese lidstaten is zowel het wettelijk minimumloon als het gemiddelde verdiende loon veel lager dan in de overige lidstaten.

Vier procent van Nederlandse werknemers heeft minimumloon
Het aandeel werknemers dat het minimumloon verdient, loopt sterk uiteen tussen de landen. In Bulgarije en in Frankrijk verdient ruim 15 procent van de voltijdwerknemers het minimumloon, maar in de meeste landen is dat veel minder.

In Nederland verdiende eind 2005 volgens CBS-gegevens 4 procent van de werknemers het minimumloon of het minimumjeugdloon. Onder hen zijn veel jongeren en flexwerkers. Bedrijfstakken waar relatief veel werknemers het minimumloon verdienen, zijn de horeca, de landbouw en visserij en de handel.

Omzet uitzendbranche stijgt met 9%
De omzet van de Nederlandse uitzendbranche is in periode 7 (week 25-28) gestegen met 9% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dit blijk uit cijfers van de ABU.
Het aantal gewerkte uren steeg met 3%. De stijging van het aantal uren en de omzet is gelijk aan de vorige periode. Deze periode telde een gelijk aantal werkbare dagen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, er is dus niet gecorrigeerd.
Voor de medische sector gold een stijging van 10% in uren en 16% in omzet. De administratieve sector liet een stijging zien van 3% in uren en 9% in omzet. De uren en omzet in de industriële sector stegen met respectievelijk 4% en 9%. Het aantal uren in de technische sector blijft gelijk aan die in  dezelfde periode vorig jaar, de omzet vertoonde een stijging van 4%.
Werkgever vanaf eerste dag aansprakelijk
17-07-2007 - Een werkgever is al vanaf de eerste werkdag verantwoordelijk voor zijn werknemers. Als een werknemer op die dag arbeidsongeschikt raakt door onveilige arbeid is de werkgever aansprakelijk. Dit is de uitkomst van een uitspraak van de Hoge Raad.
De uitspraak volgt op een zaak over een ervaren tegelzetter/stucadoor die op zijn eerste werkdag blijvend invalide raakte. Een onverwacht hoogteverschil van 30 centimeter deed hem verstappen, zijn enkelbanden scheuren en door spierdystrofie in een rolstoel belanden.
 
De tegelzetter wilde een schadevergoeding van zijn werkgever, maar die vond dat de werknemer gewoon voorzichtiger had moeten zijn. Hij voerde aan dat zeker een ervaren tegelzetter weet dat er op een bouwplaats veel oneffenheden voor kunnen komen.
 
Volgens de Hoge Raad is het niet van belang of de werknemer in kwestie ervaren was en zo het ongeluk had kunnen voorkomen. De verantwoordelijkheid van de werkgever kan niet op de werknemer worden afgeschoven. Met deze uitspraak vernietigde de Hoge Raad een beslissing van het gerechtshof in Den Bosch.
 
Het gerechtshof in Den Bosch deelde deze mening, maar de Hoge Raad verwijst naar de verantwoordelijkheid van de werkgever en het feit dat volgens het Arbobesluit de vloeren van arbeidsplaatsen zoveel mogelijk vrij moeten zijn van oneffenheden en gevaarlijke hellingen. Het proces over de schadevergoeding wordt nu voortgezet aan het gerechtshof te Amsterdam.
Van Hoof: Nederland klaar voor vrij werknemersverkeer uit nieuwe EU-lidstaten

Nederland kan per 1 maart 2007 de grenzen openen voor werknemers uit Polen en de andere landen uit Midden en Oost-Europa die op 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden. Dat schrijft demissionair staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

De bewindsman geeft daarin een overzicht van de stand van zaken rond het flankerend beleid. Dat zijn afspraken die moeten garanderen dat werknemers uit de nieuwe lidstaten gelijk loon voor gelijk werk ontvangen. Dit om oneerlijke concurrentie met Nederlandse werknemers te voorkomen. Dit flankerend beleid zal worden ingevoerd op het moment dat het vrij verkeer van werknemers van kracht is. Van Hoof schrijft dat dit per 1 maart kan, maar dat het aan de Kamer is om hier een beslissing over te nemen.

Van Hoof had deze brief al toegezegd voor 1 februari, maar wachtte tot de datum bekend was waarop de aanpassing van de Wet Minimum Loon in de Eerste Kamer wordt behandeld. Vandaag werd bekend dat de behandeling op 27 februari geagendeerd staat en wel als hamerstuk. Dit betekent dat de wijziging per 1 maart kan ingaan. Hierdoor wordt het mogelijk werkgevers die minder dan het minimumloon betalen een boete te geven.

De afspraken met werkgevers en werknemers over de controle op de naleving zijn op punten aangepast. Zo worden bedrijven die personeel inlenen gestimuleerd alleen nog gebruik maken van gecertificeerde uitzendbedrijven. Daarnaast is een passage opgenomen over verantwoordelijkheid van werkgevers voor de huisvesting van hun buitenlandse werknemers.

De Arbeidsinspectie heeft afspraken gemaakt met de organisaties van werkgevers en werknemers in de sectoren waar de werknemers uit de nieuwe lidstaten worden verwacht, onder andere de bouw en land- en tuinbouw. Afgesproken is dat werkgevers en werknemers vermoedens van wetsovertredingen of het niet naleven van algemeen verbind verklaarde CAO-afspraken kunnen melden bij een centraal meldpunt van de Arbeidsinspectie. De Arbeidsinspectie zal dan zo spoedig mogelijk een onderzoek instellen.

Van Hoof schrijft dat de situatie op de Nederlandse arbeidsmarkt zodanig is dat vrij verkeer van werknemers uit de nieuwe lidstaten gewenst is.

Van Hoof: Voorbereidingen voor openstellen grenzen voor groot deel afgerond

10-10-06 SZW

Er zijn al veel maatregelen genomen en afspraken gemaakt om een vrij verkeer van werknemers uit Polen en zeven andere nieuwe EU-lidstaten mogelijk te maken. De precieze invulling ervan is echter nog niet helemaal afgerond. Vakbeweging, werkgeversorganisaties en overheid moeten bijvoorbeeld nog steviger afspraken maken die garanderen dat deze werknemers geen oneerlijke concurrentie vormen voor Nederlandse werknemers. Dat blijkt uit een brief waarin   staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag de Tweede Kamer inlicht over de stand van zaken rond de voorbereidingen voor het openstellen van de grenzen. Hoewel nog geen beslissing kan worden genomen over de datum, vindt de staatssecretaris het invoeren van het vrij verkeer van werknemers op korte termijn wenselijk.

Het kabinet heeft eerder met de Tweede Kamer afgesproken om er naar te streven op 1 januari 2007 vrij verkeer van werknemers in te voeren voor werknemers uit Polen, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Daarvoor is het nodig maatregelen te nemen die garanderen dat werknemers uit de Midden- en Oost-Europese landen gelijk worden behandeld als Nederlandse werknemers. Ze mogen bijvoorbeeld geen lager salaris voor hetzelfde werk krijgen dan Nederlandse werknemers. Om te zorgen dat bedrijven zich aan de regels houden, moeten vakbeweging, werkgeversorganisaties en overheidsinstellingen nauw met elkaar samenwerken en informatie uitwisselen. De partijen overleggen nog over de precieze invulling hiervan.

Op andere gebieden zijn al wel maatregelen genomen om het vrij verkeer van werknemers mogelijk te maken. Zo gaan de Arbeidsinspectie, Belastingdienst, UWV en de SIOD nauwer samenwerken om zwart en illegaal werk te voorkomen en om ontduiking van het minimumloon en fraude met uitkeringen tegen te gaan. Een aantal nieuwe en oude EU-lidstaten (waaronder Polen) hebben afspraken gemaakt over het uitwisselen van gegevens over grensoverschrijdende dienstverlening om zwart en illegaal werk te voorkomen. Ook hebben gemeenten, werkgevers en het ministerie van VROM afspraken gemaakt om problemen met de huisvesting van tijdelijke werknemers (bijvoorbeeld illegale verhuur) tegen te gaan. Daarnaast mag de Arbeidsinspectie bedrijven die werknemers onder het minimumloon betalen een boete geven van 6700 euro per overtreding en kunnen de inspecteurs hen dwingen het achterstallige loon alsnog te betalen.

Hoewel de staatssecretaris nog geen beslissing kan nemen over de datum van invoering van een vrij verkeer van werknemers, pleit hij voor een zo snel mogelijke invoering ervan. Hiermee wil hij voorkomen dat de groei van de economie wordt afgeremd doordat een tekort ontstaat aan werknemers. ,,Het aantal vacatures neemt snel toe. Het blijkt echter dat een deel van de vacatures niet vervuld kan worden met Nederlands arbeidsaanbod. De arbeidsmigratie uit de nieuwe EU-lidstaten biedt werkgevers de kans om deze vacatures sneller op te vullen.’’

Tot het vrij verkeer van werknemers is ingevoerd, moeten werkgevers bij het CWI een tewerkstellingsvergunning aanvragen als ze een werknemer uit de nieuwe EU-landen willen aannemen. Het CWI onderzoekt dan onder andere of voor het werk geen Nederlandse werknemers of werknemers uit de oude EU-lidstaten gevonden kunnen worden (de zogenoemde arbeidsmarkttoets). De afgelopen maanden heeft de staatsecretaris het voor werkgevers in 23 sectoren makkelijker gemaakt om vergunningen te krijgen. Zo zijn in de groot- en kleinmetaal, de agrarische sector en de zorgsector de arbeidsmarkttoets afgeschaft. De eerste resultaten van dit beleid zijn positief. Werkgevers kunnen sneller moeilijk vervulbare vacatures invullen, terwijl er geen indicaties zijn dat dit leidt tot verdringing van Nederlandse werkzoekenden. Van Hoof wil de komende tijd doorgaan met het stapsgewijs makkelijker afgeven van vergunningen in verschillende sectoren.
 

Arbeidsinspectie: verdubbeling controles illegale arbeid via uitzendbureaus

18 september 2006, SZW


De Arbeidsinspectie heeft vorig jaar het aantal controles op illegale arbeid via uitzendbureaus en loonbedrijven verdubbeld. Daarbij maakt de Arbeidsinspectie een scherpere risico-analyse waardoor de pakkans is vergroot. Hierdoor schreven de inspecteurs ruim het dubbele aantal boetes uit ten opzichte van 2004. Een op de vijf gecontroleerde bedrijven maakte zich schuldig aan illegale arbeid, ofwel 20 procent. Bij controles in 2004 lag het percentage bedrijven dat in de fout ging nog op 15 procent.

Dit staat in het verslag Inspectie naleving Wet arbeid vreemdelingen door intermediairs in 2005. Staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het rapport naar de Tweede Kamer gestuurd.

In 2005 controleerde de Arbeidsinspectie ruim 550 uitzendbureaus en loonbedrijven, waarbij het zwaartepunt lag op uitzendbureaus die niet zijn aangesloten bij overkoepelende brancheorganisaties. Van deze niet-gecertificeerde bureaus overtrad 21 procent de regels (in 2004 19 procent). Bij de bureaus die wel beschikken over het branchecertificaat constateerden de inspecteurs bij 11 procent overtredingen. De certificering is door de branche zelf in het leven geroepen om illegale arbeid tegen te gaan. Aangesloten ondernemingen worden regelmatig doorgelicht op de naleving van wetten en regels rond belastingen, premies en illegaal werk.

De inspecteurs bezochten verder 400 bedrijven waar uitzendkrachten aan het werk waren. Bij 22 procent van deze bedrijven troffen de inspecteurs uitzendkrachten aan voor wie de benodigde werkvergunning ontbrak. Door waar nodig ook de bedrijven die uitzendkrachten inlenen stevig aan te pakken, verwacht de Arbeidsinspectie dat de animo vermindert om in zee te gaan met malafide uitzendbureaus of loonbedrijven.

In 150 gevallen klopte er iets niet in de administraties van de gecontroleerde bedrijven. Een kopie van het identiteitsbewijs ontbrak, de geldigheid ervan was verstreken of de identiteitspapieren waren vals. Ook waren niet altijd sofi-nummers bekend van de uitzendkrachten. Deze gevallen heeft de Arbeidsinspectie doorgegeven aan de Belastingdienst en uitkeringsorganisatie UWV. Zes zaken heeft de Arbeidsinspectie verder overgedragen aan de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst omdat het vermoeden bestond van grootschalige georganiseerde illegale arbeid.

Volgens Van Hoof hoort het zwaartepunt van de inspecties van de Arbeidsinspectie bij de niet-georganiseerde uitzendbureaus te blijven liggen. De dienst zal echter ook de vinger aan de pols houden bij de gecertificeerde bureaus.

Vijf sectoren versneld open voor werknemers nieuwe EU-landen

31 mei 2006, Ministerie SZW

Werknemers uit Polen en zeven andere nieuwe EU-lidstaten kunnen vanaf volgende maand gemakkelijker aan de slag in de agrarische sector, de binnenscheepvaart, slachterijen en visfileerbedrijven, wetenschappelijk onderzoek en de kleinmetaal. Voor deze sectoren en bedrijfstakken geeft het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) sneller een tewerkstellingsvergunning af. Dat heeft staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekendgemaakt met een publicatie in de Staatscourant.

Werkgevers die een werknemer willen aannemen uit Polen, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Slovenië, Slowakije of Tsjechië hoeven om een tewerkstellingsvergunning te krijgen niet meer te voldoen aan de zogenoemde arbeidsmarkttoets. Hierdoor zijn ze niet langer verplicht om eerst te werven onder werknemers uit Nederland of de oude EU-lidstaten (toegetreden voor mei 2004). Dit scheelt werkgevers tijd en administratieve rompslomp. Nu kost het hen gemiddeld 10 weken om een vergunning te krijgen. Na de versoepeling kan dat teruglopen tot twee weken.

Het kabinet streeft ernaar dat werknemers uit de nieuwe EU-landen vanaf volgend jaar op de arbeidsmarkt gelijk worden behandeld als werknemers uit Nederland en de oude EU-landen. Ze hebben dan geen tewerkstellingsvergunning meer nodig. Vooruitlopend op het volledig vrije verkeer van werknemers wil het kabinet al dit jaar de vergunningen in verschillende sectoren stapsgewijs soepeler en sneller afgeven.

Het besluit om eerst vijf sectoren versneld open te stellen is tot stand gekomen na raadpleging van sociale partners. Van Hoof heeft onder andere gekeken naar de ontwikkeling van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in de sectoren, de instroom van Nederlandse werknemers in de WW en het aantal afgegeven tewerkstellingsvergunningen. In de sectoren waar de arbeidsmarkttoets nu vervalt, is veelal sprake van een (dreigend) tekort aan Nederlandse werknemers.

Het vervallen van de arbeidsmarkttoets betekent niet dat er geen eisen meer worden gesteld aan de werkgevers. Ze moeten bijvoorbeeld wel zorgen dat de huisvesting van werknemers uit de nieuwe EU-landen in orde is. Verder moeten bedrijven de werknemers hetzelfde loon betalen als Nederlandse werknemers.

Stap voor stap naar vrij verkeer van werknemers

25 april 2006, SZW
 
  Het kabinet wil stap voor stap toegroeien naar vrij verkeer van werknemers uit Polen en zeven andere nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Vanaf 1 mei 2006 wordt, na overleg met organisaties van werkgevers en werknemers, per sector besloten of werknemers uit de nieuwe EU-landen soepeler een tewerkstellingsvergunning kunnen krijgen. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de werkloosheid en het aantal vacatures in de betreffende sector.

Dat schrijft staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer. De staatssecretaris wil van 1 mei 2006 tot 1 januari 2007 stap voor stap toewerken naar invoering van vrij verkeer van werknemers uit Polen en zeven andere landen die sinds 1 mei 2004 lid zijn van de Europese Unie. Nu krijgen werknemers uit die landen alleen een tewerkstellingsvergunning van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) als blijkt dat er in Nederland niemand voor het betreffende werk te vinden is. Van Hoof wil deze ‘arbeidsmarkttoets’ vanaf 1 mei 2006 stap voor stap laten vervallen voor sectoren zonder problemen op de arbeidsmarkt. Dat gaat per sector of beroep gebeuren aan de hand van enkele criteria, waarbij de staatssecretaris denkt aan het aantal openstaande vacatures en de werkloosheidscijfers in een sector. Een groot aantal tewerkstellingsvergunningen dat in een sector wordt afgegeven, kan ook een criterium zijn. In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft de staatssecretaris dat hij de organisaties van werkgevers en werknemers zal consulteren bij de besluitvorming over het al dan niet laten vervallen van de arbeidsmarkttoets.

Het besluit van de staatssecretaris betekent dat het voor werkgevers in een aantal sectoren al snel makkelijker kan worden om een tewerkstellingsvergunning te krijgen voor werknemers uit de nieuwe EU-landen, terwijl de situatie in andere sectoren voorlopig ongewijzigd blijft.

Het kabinet wil op 1 januari 2007 overgaan tot vrij verkeer van werknemers. Vanaf dat moment krijgen werknemers uit de nieuwe EU-landen vrij toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt, en dienen ze gelijk te worden behandeld als Nederlandse werknemers. Van Hoof houdt de mogelijkheid open om in bepaalde sectoren ook na 1 januari 2007 nog voor beperkte tijd vast te houden aan de arbeidsmarkttoets. Dat zou mogelijk moeten zijn als er gegronde vrees bestaat dat de arbeidsmarkt in een sector ernstig zal verstoren door het vrij verkeer van werknemers.

Vooruitlopend op het invoeren van vrij verkeer van werknemers neemt het kabinet een aantal maatregelen om oneerlijke concurrentie en onderbetaling te bestrijden. Zo gaat de Arbeidsinspectie meer en stelselmatig controleren of werkgevers het wettelijk minimumloon betalen; ontduiking van het minimumloon zal direct worden beboet. Een andere maatregel is dat Belastingdienst en Arbeidsinspectie nauwer gaan samenwerken in de aanpak van illegale arbeid en zwart werk.
 

Kabinet opent grens voor werknemers nieuwe EU-lidstaten

RVD, 31 maart 2006

Nederland gaat vanaf 1 januari 2007 over tot vrij verkeer van werknemers uit Polen en zeven andere landen die sinds 1 mei 2004 lid zijn van de Europese Unie. Om oneerlijke concurrentie te voorkomen, zal het kabinet eerst een aantal maatregelen nemen. Zo krijgt de Arbeidsinspectie de bevoegdheid om ontduiking van het minimumloon direct te beboeten en gaan de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst nauwer samenwerken om zwart werk aan te pakken.

 Dat heeft de ministerraad besloten op voorstel van staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Vanaf 1 januari 2007 kunnen werknemers uit de nieuwe EU-landen vrij aan de slag in ons land en moeten zij op dezelfde manier worden behandeld als Nederlandse werknemers. Tot die tijd mogen ze nog niet zonder tewerkstellingsvergunning werken. Vanaf 1 mei 2006 wordt het verkrijgen van zo'n vergunning wel eenvoudiger, omdat het Centrum voor Werk en Inkomen dan alleen nog toetst of de beloning en de huisvesting van de betrokken werknemers aan de eisen voldoen. Nu wordt ook nog onderzocht of er in ons land of de oude EU-lidstaten niet iemand voor het betreffende werk beschikbaar is. De procedure voor werkgevers wordt daardoor versneld van minimaal tien weken tot maximaal twee weken.

 Nederland moet vóór 1 mei 2006 beslissen over het al dan niet verlengen van de huidige overgangsmaatregel, die inhoudt dat werknemers uit Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië alleen met een tewerkstellingsvergunning in ons land mogen werken. Het is mogelijk deze maatregel te verlengen tot 1 mei 2009, maar uiteindelijk is vrij verkeer van werknemers onontkoombaar. De centrale vraag voor het kabinet is daarom niet óf, maar wanneer vrij verkeer van werknemers het best kan worden ingevoerd. Het kabinet vindt dat er nu een gunstige tijd aanbreekt, omdat er een toenemende vraag naar arbeid wordt verwacht. Langer uitstel zou volgens het kabinet ook leiden tot een toename van het aantal zelfstandigen uit de nieuwe EU-landen en een toename van het aantal illegale constructies. Poolse bedrijven en zelfstandigen mogen zich immers al vrij vestigen in Nederland. Als de weg van vrij verkeer van werknemers gedeeltelijk geblokkeerd blijft, zullen die andere twee wegen vaker gekozen worden.

Het besluit tot vrij verkeer van werknemers leidt tot een aanzienlijke daling van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Het kabinet verwacht dat een relatief beperkt aantal arbeidsmigranten uit de nieuwe EU-landen gebruik zal maken van het vrij verkeer van werknemers. Voor de verwachte groei gebruikt het kabinet schattingen van onderzoeksbureau Ecorys, dat het eerste jaar op 53.000 tot 63.000 werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten rekent. Dat zijn er ongeveer 23.500 tot 33.500 meer dan nu. De grootste groep bestaat uit seizoenarbeiders. Samen zouden alle nieuwe migranten 0,4 tot 0,5 procent van de totale arbeid verrichten.

 Het kabinet is zich bewust van de zorgen over verdringing op de arbeidsmarkt, maar meent dat de risico's redelijk beperkt zijn. Uit landen waar men al vrij verkeer van werknemers heeft -  Ierland, Groot-Brittannië en Zweden - komen geen signalen van verdringing. En ook in Nederland is de ervaring dat seizoenarbeiders uit de nieuwe EU-landen vaak werk doen waar in ons land te weinig mensen voor te vinden zijn. Van verdringing is dan volgens het kabinet geen sprake: de oogst moet toch binnengehaald worden, en als dat niet lukt met binnenlands arbeidsaanbod dan zijn arbeidsmigranten gewoon hard nodig. De overheid blijft daarnaast onverminderd doorgaan met het aan de slag helpen van uitkeringsgerechtigden, onder andere in het seizoenswerk.

Het kabinet vindt het belangrijk dat oneerlijke concurrentie en onderbetaling van werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten wordt bestreden. Werknemers uit de nieuwe lidstaten dienen gelijk te worden behandeld en beloond als werknemers uit Nederland. Het kabinet stelt daarom een aantal maatregelen voor:

De Arbeidsinspectie gaat meer en stelselmatig controleren of werkgevers onder het wettelijke minimumloon betalen.
Ontduiking van het minimumloon wordt door de Arbeidsinspectie direct beboet. Het kabinet heeft besloten daarvoor een bestuurlijke boete in te voeren. Dat maakt een wijziging van de Wet op het minimumloon noodzakelijk. Het streven is dat deze wijziging vanaf 1 januari 2007 van kracht wordt.
Naast de bestuurlijke boete blijft het voor werknemers en werknemersorganisaties mogelijk om in geval van onderbetaling via de rechter loon te vorderen. De Arbeidsinspectie zal betrokken werknemers en vakbonden op de hoogte brengen van overtredingen van de Wet op het minimumloon en daarmee een gang naar de rechter mogelijk maken. Door het doorgeven van de informatie kunnen vakbonden ook gerichter naleving van de CAO afdwingen.
Om het minimumloon duidelijker in beeld te brengen en het toezicht op ontduiking effectiever te maken, wordt een wetswijziging voorbereid om het minimumloon voortaan uit te drukken in een minimumúúrloon.
Belastingdienst en Arbeidsinspectie gaan nauwer samenwerken in de aanpak van illegale arbeid, zwart werk en buitenlandse werknemers die zich ten onrechte voordoen als zelfstandige zonder personeel, om zo het wettelijk minimumloon te ontduiken.
In een aantal sectoren, zoals de uitzendbranche en het beroepsgoederenvervoer, hebben de sociale partners voor handhaving van de CAO een speciale stichting opgericht. Met de vakorganisaties wil het kabinet bespreken hoe door samenwerking met de Arbeidsinspectie juist in deze hoge risicosectoren de handhaving kan worden ondersteund.
Om fraude met loonbelasting en sociale premies tegen te gaan, worden afspraken gemaakt voor een goede uitwisseling van gegevens tussen de verantwoordelijke instanties in Nederland en de andere landen van de EU.
Om te voorkomen dat werknemers uit de nieuwe EU-landen niet op de hoogte zijn van hun CAO-rechten en daardoor niet vragen om arbeidsvoorwaarden die aan de wet voldoen, is goede voorlichting nodig. Het voortouw van de voorlichting ligt bij de verantwoordelijke werkgevers en werknemers, maar de overheid zorgt voor ondersteuning.
 De komst van seizoenarbeiders leidt in sommige gemeenten tot een tekort aan geschikte huisvesting. Het kabinet kondigt aan dat het deze gemeenten gaat ondersteunen op het terrein van toezicht en het aanpakken van onveilige en onwettige huisvestingssituaties. Nederland is niet het enige land dat overgaat tot vrij verkeer van werknemers. Het kabinet verwacht dat de meerderheid van de oude EU-lidstaten volgend jaar een vrij of vrijwel volledig vrij verkeer van werknemers heeft. Duitsland en Oostenrijk hebben officieel aangegeven hun overgangsmaatregelen voort te zetten, maar in de praktijk laten beide landen al wel veel werknemers uit de nieuwe lidstaten toe (Duitsland 350.000 en Oostenrijk 50.000 per jaar).

VIA twijfelt over effect maatregelen kabinet met betrekking tot openstelling grenzen

31 maart 2006, VIA

Boxtel – VIA, de Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars prijst het kabinet voor de erkenning dat buitenlandse werknemers (Polen) hard nodig zijn voor het laten groeien van de Nederlandse economie, maar twijfelt of de voorgestelde maatregelen wel het gewenste effect zullen hebben.

Buitenlandse werknemers hard nodig

De VIA ervaart in de praktijk dat veel ondernemingen voor hun overlevingskansen steeds meer afhankelijk worden van beschikbaarheid van goed en gemotiveerd personeel. In vele sectoren zijn de echte vakkrachten niet meer te vinden en wijken werkgevers uit naar het in dienst nemen of inhuren van buitenlandse werknemers. Zolang dat bonafide gebeurt, is er van oneerlijke concurrentie geen sprake.

Oneerlijke concurrentie

Van oneerlijke concurrentie is geen sprake als buitenlandse ZZP-ers (Zelfstandigen Zonder Personeel) hun diensten aanbieden voor een lager tarief dan Nederlandse ZZP-ers dit kunnen doen. De buitenlandse ZZP-ers kunnen namelijk hun diensten aanbieden tegen elk tarief. Daarbij slapen ze vrijwillig in slechte omstandigheden (in de bedrijfsbus, de garage) en kijken niet op een uur meer of minder werken.

Gaat het kabinet hiertegen maatregelen nemen of wordt het de ondergang van de Nederlandse zelfstandige?

Aangenomen werk

Een veel gebruikte constructie is het aannemen van werk uit het buitenland. Een buitenlandse schilder neemt een klus aan en hoeft daarmee niet te voldoen aan Nederlandse wetten. In de praktijk is van aangenomen werk vaak absoluut geen sprake, maar wordt deze constructie slechts als dekmantel gezien om goedkope arbeid te leveren. Het voorstel van het kabinet lijkt geen maatregelen te bevatten om hier streng op toe te zien.

De buitenlandse werknemer zelf

Voor de buitenlandse werknemer zelf komen er alleen maar meer kansen. De keuze aan werkgevers wordt groter, waardoor het makkelijker wordt om van werkgever te wisselen. Toch zullen er werkgevers blijven die, bij gebrek aan controle, malafide blijven opereren. De overheid zou er dan ook goed aan doen om een meldpunt in te stellen waar buitenlandse werknemers hun klachten anoniem kunnen melden. Deze melding moet dan wel serieus genomen worden en resultaat hebben.

Onmenselijke behandeling

In de plannen van het kabinet wordt voorbij gegaan aan de soms onmenselijke behandeling van buitenlandse werknemers. Juist op dat terrein zouden forse boetes moeten worden ingesteld, waardoor mishandeling en wurgcontracten uitgebannen kunnen worden.

European Legal Labour Certificate

De VIA roept het kabinet en kamerleden op om kennis te nemen van de normenset die de Stichting Internationale Arbeidsbemiddeling (www.skia-eu.com) onder de naam European Legal Labour Certificate heeft ontwikkeld. Deze normenset gaat in op zaken als huisvesting, vervoer, medische en sociale begeleiding van buitenlandse werknemers. Door deze normenset te volgen wordt voor de buitenlandse werknemers een menswaardig bestaan geboden.

 

Voetnoot:

De VIA vertegenwoordigt de bonafide internationale arbeidsbemiddelaars. De leden van de VIA realiseren minimaal 75% van hun omzet door inzet van buitenlandse werknemers. Zij bemiddelen jaarlijks circa 30.000 buitenlandse werknemers. Het gaat hierbij voornamelijk om Duitsers, Portugezen, Grieken en Polen.

Voor meer informatie:

secretariaat VIA, de heer Gerlof Roubos:

0411-688533 of 06-53864592

via@pragma-advies.nl

www.via-eu.com

VIA roept kabinet op welzijn en welvaart Polen mee te nemen in de discussie

VIA, 14 maart 2006

De Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars roept het kabinet op om
in haar besluit met betrekking tot het openen van de grenzen voor mensen uit Midden- en
Oost-Europa, zowel welzijn als welvaart van de (Poolse) werknemers sterk mee te laten
wegen.

Welzijn
De VIA is namelijk van mening dat het van groot belang is dat er eisen gesteld gaan worden
aan de wijze waarop de buitenlandse medewerkers gehuisvest worden en behandeld worden.
Naar de mening van de VIA is huisvesting in caravans, schuren, garages en stallen uit den
boze en zij pleit dan ook voor huisvesting in de vorm van woonhuizen, hotels, pensions
etc. De gemeenten moeten dan ook in de ogen van de VIA een belangrijke rol krijgen in het
controleren van dergelijke huisvesting. Als Polen in gebouwen wonen waar geen
woonbestemming op zit, moet de werkgever op korte termijn zorgen voor goede huisvesting
en tevens moet de werkgever beboet worden voor het overtreden van de wet. Daarnaast moet
er gecontroleerd worden zaken zoals brandveiligheid, sanitaire voorzieningen etc.

Daarnaast moet naar de mening van de VIA er altijd een vorm van sociale begeleiding zijn,
waardoor buitenlandse werknemers met vragen terecht kunnen bij een persoon die hun in hun
eigen taal helpt bij het oplossen van deze vragen.

De VIA heeft het voortouw genomen en is mede initiator van het European Legal Labor
Certificate, een certificaat dat bedrijven waar blijkt dat ze voldoen aan criteria op het
terrein van de goede behandeling van de werknemer, ontvangen.

Welvaart
De ervaring van de VIA is dat de werknemers uit Polen die in Nederland werken een
wezenlijke bijdrage leveren aan de economie in hun moederland. Het in Nederland verdiende
geld wordt volledig geďnvesteerd in het opknappen van huizen, het kopen van auto's
etc. Op deze wijze wordt het verschil in Welvaart tussen Nederland en Polen verkleind.

Dit gaat in een vrij snel tempo, reden waarom de VIA denkt dat over enkele jaren de
verschillen zodanig klein zullen zijn dat de hoeveelheid Polen die naar Nederland komt
vele malen kleiner is dan op dit moment wordt verwacht.

Oproep
In het kader van (internationale) solidariteit roept VIA het kabinet dan ook op om de
grenzen volledig te openen voor medewerkers uit Midden- en Oost-Europa. Het kan niet zo
zijn dat we in Nederland de grenzen sluiten, waardoor de welvaart in Midden- en
Oost-Europa stabiliseert of zelfs terugloopt. Juist dan zullen Polen er massaal voor
kiezen om illegaal in Nederland te gaan werken en wordt een averechts effect bereikt.

Voetnoot:
De VIA vertegenwoordigt de bonafide internationale arbeidsbemiddelaars. De leden van de
VIA realiseren minimaal 75% van hun omzet door inzet van buitenlandse werknemers. Zij
bemiddelen jaarlijks circa 30.000 buitenlandse werknemers. Het gaat hierbij voornamelijk
om Duitsers, Portugezen, Grieken en Polen.

Voor meer informatie:
secretariaat VIA, de heer Gerlof Roubos:
0411-688533 of 06-53864592
g.roubos@via-eu.com
website: www.via-eu.com

Opbrengst inzamelingsactie ruim € 35.000,- aan kleding en speelgoed

Child Support Foundation, 7 februari 2006

SBA Euro en Alofs Vastgoed zien het als hun plicht om kansarme en zieke kinderen uit het Poolse en Tsjechische werkgebied van SBA Euro te helpen en te ondersteunen. Met het oprichten van SBA Euro Child Support Foundation zetten zij een stap in de goede richting. Intussen is de eerste actie van de stichting een feit. Eind januari vertrokken er twee bussen met de opbrengsten van de inzamelingsactie t.w.v. € 35.000,- naar Polen.

Van 27 t/m 31 januari bezochten Leon Muurmans, Alberto Straalman, Gabi Thomys en Annie van Loenhout van Alofs Vastgoed een viertal tehuizen in Polen. Leon: “Vorig jaar hadden we al een aantal kindertehuizen bekeken, om de behoeftes te inventariseren. Drie van deze kindertehuizen; Krasne Pole, Sowczyce en Bytom hebben we nu wederom bezocht. Een gedeelte van de ingezamelde kleding en speelgoed is hier achtergelaten. Het grootste deel ging echter naar Tarnowskie Gory, een stichting die opvang biedt aan kinderen met spierdystrofie, Downsyndroom en andere ernstige ziektes.”

Geslaagde actie
Gabriela Kowalska is het eerste aanspreekpunt van deze stichting. Een paar jaar geleden heeft zij haar zoon verloren aan hersenverlamming. Samen met andere ouders zet zij zich in voor het onderhoud van deze dagopvang. “Tijdens ons bezoek aan het opvanghuis vond er een Olympiade plaats. Zestig kinderen met hun ouders of begeleiders deden mee aan deze spelenmiddag. We kregen een gastvrij onthaal en ook de rest van de dag voelden we ons meer dan welkom. Blij verrast nam Gabriela, namens de kinderen en ouders, de kleding en het speelgoed in ontvangst. Deze eerste actie van SBA Euro Child Support Foundation was duidelijk geslaagd. Reden te meer om met net zoveel enthousiasme door te gaan met het opzetten van dergelijke projecten”, aldus Leon.

Met dank aan
Dankzij de steun van sponsoren kon SBA Euro Child Foundation veel kinderen blij maken. Met dank aan: Cakewalk, Dobber, Bad Boys, Jeep en Zeppelin Zeefdruk. De inzamelingsactie van het speelgoed is verwezenlijkt door betrokken vrienden, kennissen en scholen. De spullen zijn vervoerd in kartonnen dozen van SCA Packaging.

Op www.sbaeuro.com vindt u meer informatie over SBA Euro Child Support Foundation.

Groeiende stroom buitenlandse arbeidskrachten ontwricht arbeidsmarkt

Socialistische Partij, 6 februari 2006

De groeiende stroom werkzoekenden uit Midden- en Oosteuropese landen leidt tot ernstige ontwrichting van de Nederlandse arbeidsmarkt. Deze arbeidskrachten worden uitgebuit en steeds meer Nederlandse werknemers, kleine ondernemers en zelfstandigen worden uit de markt geduwd. Dit blijkt uit een inventarisatie van de SP. De regering neigt er naar binnenkort de grenzen verder te openen. Volgens Tweede-Kamerlid Jan de Wit zal dat leiden tot nog grotere problemen, onder meer voor de tienduizenden jongeren die momenteel vakopleidingen volgen voor de bouw- en transportsector. Hij stelt maatregelen voor om uitbuiting en concurrentievervalsing tegen te gaan.

Veel Poolse werkzoekenden hebben te maken met slechte woon- en werkomstandigheden en verdienen vaak minder dan 3 euro per uur. Zeer veel vrachtwagenchauffeurs zijn ingeruild voor Polen. Een fors deel van de Nederlandse aannemers ondervindt nu al ernstige hinder van oneerlijke concurrentie uit Oost-Europese landen. Dit blijkt uit de resultaten van het Meldpunt Concurrentievervalsing van de SP en een onderzoek onder aannemers in de regio Den Haag. Brancheorganisatie Bouwend Nederland verklaart dat het probleem van aannemers een landelijk probleem is en vreest faillissementen en ontslagen als er geen maatregelen worden genomen.

Jan de Wit Volgens SP-Kamerlid Jan de Wit zijn inderdaad snel maatregelen nodig om te voorkomen dat we straks voor nog grotere problemen komen te staan. "Momenteel werken ongeveer 100.000 Oost-Europeanen in Nederland. Als we binnenkort alle beperkingen voor Polen opheffen én Bulgarije en Roemenië binnen enkele jaren toetreden tot de EU, zal een golf van goedkope arbeidskrachten op ons af komen. Indien we niets doen leiden we nu tienduizenden Nederlandse jongeren op voor beroepen die zij nooit zullen kunnen uitoefenen. De vraag naar Nederlandse truckchauffeurs zal vrijwel geheel verdwijnen omdat Oosteuropeanen dit werk overnemen. Maar ook Nederlandse metselaars, monteurs en andere vakmensen zullen geen werk meer kunnen vinden."

Oost-Europeanen zijn volgens De Wit welkom, maar hij verzet zich tegen de uitbuiting en de oneerlijke concurrentie en verdringing die ervan het gevolg zijn. "De Nederlandse lonen verlagen naar Pools niveau is geen oplossing. Ook voor buitenlandse werknemers moeten Nederlandse arbeidsvoorwaarden gelden." De SP pleit voor een CAO-autoriteit die op naleving moet toezien en achterstallige betalingen moeten verhalen op de werkgever. Ook moet kennis van het Nederlands worden vereist, in veel sectoren is de veiligheid in het geding als werknemers elkaar niet verstaan. Zelfstandigen zonder personeel moeten gaan voldoen aan Arbo-eisen, een aansprakelijkheidsverzekering hebben en een bewijs van vakbekwaamheid. Verder stelt de SP een meldpunt illegale arbeid voor, vergunningplicht voor uitzendbureaus en voorlichting over rechten en plichten voor de komst naar Nederland.

Grenzen niet verder open, maar grenzen stellen

Jan Marijnissen en Jan de Wit, 1 februari 2006

Volgens Marien Ferdinandusse en Mathijs Gerritsen (NRC 27/1) is de angst voor 'Poolse loodgieters' onterecht en kunnen de grenzen nog veel verder open. Niet doen, zeggen Jan Marijnissen en Jan de Wit, die uit eigen onderzoek concluderen dat de toestroom van werkzoekenden uit nieuwe EU-landen wel degelijk leidt tot ernstige ontwrichting van de arbeidsmarkt.


----------
door Jan Marijnissen en Jan de Wit, leden van de Tweede Kamer voor de SP


----------
Ferdinandusse en Gerritsen wijzen vooral naar ervaringen van andere landen en de Nederlandse cijfers over 2004. Zij merken blijkbaar niets van de forse stijging van het aantal werkenemers uit Midden- en Oost-Europa. Momenteel werken ongeveer 100.000 van hen legaal en illegaal in Nederland, vooral uit Polen. En dat terwijl er nog heel wat beperkingen gelden die de toetreding van nieuwe landen tot de EU probleemloos moet laten verlopen. Echter, als in 2006 of 2009 alle beperkingen worden opgeheven en Bulgarije en Roemenië toetreden tot de EU, zal een vloedgolf van goedkope arbeidskracht onze arbeidsmarkt overspoelen. Dan leiden we op dit moment tienduizenden Nederlandse jongeren op voor beroepen die zij nooit zullen kunnen uitoefenen. Zo zal de vraag naar Nederlandse truckchauffeurs vrijwel geheel verdwijnen omdat Oosteuropeanen dit werk overnemen. Maar ook Nederlandse aannemers, metselaars, timmerlieden en andere vakmensen kunnen dan fluiten naar hun werk. Het gaat namelijk niet alleen om seizoensarbeiders, zoals Ferdinandusse en Gerritsen suggereren. Uit een uitgebreide inventarisatie van de SP blijkt dat de huidige toestroom uit Oost-Europa leidt tot ontwrichting van de arbeidsmarkt. Bij de meldlijn die de SP heeft geopend komen ook berichten binnen over installateurs, monteurs en andere vakmensen die hier voor oneerlijke concurrentie zorgen. Internationale vrachtvervoerders openen een vestiging in Polen en rijden met Poolse chauffeurs met Poolse arbeidsvoorwaarden van Rotterdam naar bestemmingen in Europa. Onlangs heeft de SP 20 willekeurige aannemers in de regio Den Haag gebeld en gevraagd of ze oneerlijke concurrentie ondervinden van Oost-Europeanen: maar liefst 90% heeft serieuze hinder. Enkele citaten: "Ik moet 29,70 euro per uur in rekening brengen om uit de kosten te komen. Poolse zelfstandigen bieden zich aan voor 6 tot 9 euro per uur." Aannemers raken een derde van hun omzet kwijt. "Het gaat altijd om de prijs. Als ik wijs op de mogelijke boete wordt er gelachen. Zelfs als de boete betaald zou moeten worden is de klant goedkoper uit." De Directeur Arbeidszaken van brancheorganisatie Bouwend Nederland verklaart desgevraagd dat dit beeld representatief is voor het hele land. Faillissementen en ontslagen worden gevreesd als er niet snel wordt ingegrepen en grenzen worden gesteld.

Het is onacceptabel dat werkgevers buitenlands personeel minder dan 3 euro per uur betalen, ze laten verblijven in kippenhokken en behandelen alsof het de 19e eeuw van Charles Dickens is. En de oneerlijke concurrentie en verdringing van Nederlandse werknemers en kleine ondernemers is onaanvaardbaar. We moeten de grenzen dus niet verder openen, maar juist grenzen stellen. Voor iedereen die in Nederland wil werken moeten de Nederlandse wetten en regels gelden. We kunnen een CAO-autoriteit laten controleren of buitenlandse werknemers krijgen waar ze recht op hebben. Naleving kan worden afgedwongen, bij onderbetaling kan een vordering worden ingesteld namens de werknemer. Ook zijn forse boetes op hun plaats, dan vervallen voor werkgevers de voordelen van het uitbuiten. Het is ook verstandig om bij het verlenen van tewerkstellingsvergunningen taaleisen te stellen. Vooral in sectoren als de bouw en bij productiewerk is het voor de veiligheid noodzakelijk elkaar te kunnen waarschuwen. En nu het onderscheid tussen een werknemer en zelfstandige steeds vager wordt, is het gerechtvaardigd dat zelfstandigen zonder personeel (ZZP-ers) in sectoren als de bouw volledig gaan voldoen aan de Arbo-wet. De aannemers die wij spraken zagen ook veel in het voorstel om in een branche een keurmerk of ISO-certificering verplicht te stellen als 50% van de branchegenoten dat heeft verworven. Verder is het zaak de uitzendbranche op te schonen, te beginnen met de herinvoering van de vergunningplicht voor uitzendbureau's.

Werknemers uit de nieuwe EU-landen zijn welkom, maar we moeten hen beschermen tegen uitbuiting en er voor zorgen dat de Nederlandse arbeidsmarkt en het ondernemersklimaat niet worden verstoord. Dat kan zonder te discrimineren en binnen de grenzen van de huidige Europese regels voor vrij verkeer van personen. En als 'Brussel' dat niet zo ziet, wordt het tijd om verdragen aan te passen, omdat die dan kennelijk ontwrichting, uitbuiting en oneerlijke concurrentie in de hand werken.

Duizenden Polen onverzekerd

Via, 26 Januari

Tilburg - Duizenden in Nederland wonende Polen hebben geen verzekering voor ziektekosten. Dit ondanks de verplichting voor elke persoon die in Nederland inkomen heeft om zich te verzekeren. In het verleden waren er ook veel Polen niet verzekerd, maar waren zorgverleners verplicht om zorg te leveren.
(klik hier voor het volledige artikel)

Acties tegen Dienstenrichtlijn op komst
FNV, 23 december 2005

De acties tegen de Dienstenrichtlijn krijgen een permanent karakter. Want de uiteindelijke beslissing valt pas in 2007. Tot die tijd zal de Europese vakbeweging te hoop blijven lopen tegen wat eerder genoemd werd 'Bolkesteinrichtlijn = Frankensteinrichtlijn'. Wat in elk geval wég moet? Het principe van 'land van oorsprong'. Dat leidt tot uitbuiting van buitenlandse werknemers en tot loonsverlaging hier. Binnenkort volgt meer informatie over de demonstratie die de FNV in Den Haag voorbereidt. FNV Bouw doet daar actief aan mee. Ook zal de bond een delegatie naar Straatsburg sturen, wanneer daar op 14 februari een demonstratie plaatsvindt bij het Europees Parlement.

Vrij verkeer van diensten. Dat is wat de Dienstenrichtlijn wil regelen. Dat kan ertoe leiden dat in de Nederlandse bouw 'diensten' worden verleend door firma's die misschien alleen maar een postbus hebben in een land met lagere lonen en minder arbo-bepalingen dan Nederland. Vanaf het eerste ontwerp van de richtlijn door de toenmalige eurocommissaris Bolkestein kwam daar heftige kritiek op. In maart 2005 leidde een massale demonstratie in Brussel van ruim 70.000 vakbondscollega's uit heel Europa tot aanpassingen; daar waren ook ruim 3000 Nederlanders bij.

Helaas! Die aanpassingen waren niet genoeg. Bovendien werd het merendeel ervan in een commissievergadering van het Europese Parlement weggestemd. Het huidige plan betekent niet veel goeds voor een Sociaal Europa: massale concurrentie op arbeidsvoorwaarden.

FNV Bouw zal daarom de komende tijd een beroep op leden doen om tegen de Dienstenrichtlijn in actie te komen. Het Europees Vakverbond heeft een demonstratie aangekondigd op 14 februari 2006 in Straatsburg. Op die dag spreekt het voltallige Parlement zich uit over de Dienstenrichtlijn. FNV Bouw zal daar met een delegatie vertegenwoordigd zijn. Daarnaast komen er acties in Den Haag. Want de definitieve beslissing valt in 2007; dan hakken de ministers van buitenlandse zaken knopen door. De FNV zal er dus voor zorgen dat de boodschap tégen de Dienstenrichtlijn luid en duidelijk bij de Nederlandse regering en het Nederlandse parlement aankomt.

Werknemers mogen niet tegen elkaar uitgespeeld worden te gunste van de werkgevers. Daarom moeten de arbeidswetgeving en de CAO-regelingen uitgesloten worden van de Dienstenrichtlijn. FNV Bouw wil gelijk loon voor gelijk werk. Verder hoort publieke dienstverlening niet op de dienstenmarkt thuis: de energiesector, de watervoorziening en andere publieke diensten mogen niet onder de Dienstenrichtlijn komen te vallen.

Belangrijkste CAO-afspraken gaan ook gelden voor in Nederland gedetacheerde werknemers

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

30 november 2005

Buitenlandse werkgevers moeten werknemers die ze tijdelijk in Nederland laten werken, gaan betalen volgens de CAO die algemeen verbindend verklaard is. Ook andere belangrijke arbeidsvoorwaarden zoals werk- en rusttijden, vakantiedagen en gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk moeten voldoen aan de algemeen verbindend verklaarde CAO-bepalingen daarover. Door de algemeen verbindend verklaring wordt een CAO opgelegd aan de gehele betreffende bedrijfstak.

De Eerste Kamer is akkoord gegaan met een wetsvoorstel van minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de werkingssfeer uit te breiden van de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid. Op dit moment gelden alleen in de bouwsector de belangrijkste algemeen verbindend verklaarde CAO-bepalingen (zoals de hoogte van het loon) voor in Nederland gedetacheerde werknemers.

Buitenlandse werkgevers die in Nederland werknemers detacheren hoeven op dit moment slechts te voldoen aan de geldende wettelijke minimumvoorwaarden, zoals het wettelijk minimumloon of minimale rusttijden. Hun Nederlandse concurrenten zijn echter gebonden aan de arbeidsvoorwaarden zoals die in de CAO zijn overeengekomen. Deze liggen meestal boven de wettelijke minimumvoorwaarden.

Met de nieuwe wet wil minister De Geus tegengaan dat buitenlandse werknemers die in Nederland zijn gedetacheerd als gevolg van minder gunstige arbeidsvoorwaarden werknemers van Nederlandse bedrijven verdringen van de arbeidsmarkt. De Geus komt hiermee tegemoet aan berichten uit het bedrijfsleven over grote loonverschillen. Ook vindt de bewindsman het belangrijk dat de hier gedetacheerde buitenlandse werknemers een goed loon volgens de CAO krijgen.

(<< terug)

Keurmerk voor internationale uitzendbureaus

28 November 2005

TILBURG – De VIA, de Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars, heeft de eigen leden streng gecontroleerd op de zorg voor internationale medewerkers. Het merendeel van de gecontroleerde bedrijven had de zaken zo goed voor elkaar dat zij vandaag het Keurmerk 'European Legal Labor Certificate' hebben ontvangen uit handen van Kristina Bozilovic, ondermeer VJ bij TMF.

(klik hier voor het volledige artikel. 60KB)

SBA Euro zet volgende stap

November 2005

Om invulling te geven aan de situatie die in de afgelopen jaren reeds was ontstaan, hebben de aandeelhouders van SBA Euro in onderling overleg besloten het bestaande aandelenbezit van de algemeen directeur, Roland van den Brand, uit te breiden tot een meerderheidsbelang. Rene Alofs hield zich na de eerdere Management-Buy-In van 2003 niet meer bezig met de operationele zaken en door deze transactie wordt hieraan formeel uiting gegeven.

Alofs heeft met name op strategisch gebied, SBA Euro mede vorm gegeven, maar heeft nu de keuze gemaakt om ‘het stokje’ over te dragen aan Roland van den Brand en de overige leden van het managementteam van SBA Euro. Eind vorig jaar is dit team al versterkt met een groepscontroller, waardoor alle benodigde competenties zijn ingevuld. Rene Alofs zal als mede-aandeelhouder en adviseur betrokken blijven bij SBA Euro.

Als klankbord voor de directie en het managementteam en tevens als borging van de belangen van de aandeelhouders is besloten dat er een Raad van Commissarissen zal worden ingesteld. Met deze acties is de directie van SBA Euro ervan overtuigd dat de sinds 2000 ingezette positieve lijn – gemiddelde jaarlijkse omzetgroei van 15% - kan worden voortgezet.

(<< terug)

Uitspraak rechter VIA-CAO

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 16 november 2005

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 90801
2509 LV Den Haag der Staten-Generaal Anna van Hannoverstraat 4 Binnenhof 1a Telefoon (070) 333 44 44
2513 AA `s-GRAVENHAGE Telefax (070) 333 40 33

Uw brief Ons kenmerk
AV/CAM/2005/91477

Onderwerp Datum
Uitspraak rechter VIA-CAO 16 november 2005

In mijn brief van 13 september 2005 (Tweede Kamer, 2004/2005, 29 800 XV, nr.89) heb ik u geďnformeerd over de afwijzing van het verzoek van de Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA) en de Landelijke Bedrijfsorganisatie Verkeer (LBV) tot dispensatie van de CAO Arbeidsbemiddeling Buitenlandse Werknemers van de algemeenverbindendverklaring van de CAO Uitzendkrachten.

De partijen bij de CAO Arbeidsbemiddeling Buitenlandse Werknemers hebben op 13 september
2005 bezwaar gemaakt tegen afwijzing van hun verzoek tot dispensatie. Tevens hebben zij op 16 september 2005 de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht van de Rechtbank Breda verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Die voorlopige voorziening betrof het verzoek om de dispensatiebeschikking te schorsen en de CAO Arbeidsbemiddeling Buitenlandse Werknemers voorlopig te dispenseren van de algemeen verbindend verklaarde CAO Uitzendkrachten.

Tijdens een algemeen overleg over fraudebestrijding in de uitzendbranche (d.d. 13 oktober jl.) is door de staatssecretaris van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toegezegd de Tweede Kamer te informeren over de uitkomst van de behandeling van het verzoek tot een voorlopige voorziening.

Het verzoek om voorlopige voorziening is door de voorzieningenrechter te Breda behandeld ter zitting van 13 oktober 2005. Op 4 november 2005 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan, waarbij hij het verzoek om een voorlopige voorziening heeft afgewezen. De rechter heeft geoordeeld dat met de werkingssfeerbepaling in de CAO Arbeidsbemiddeling Buitenlandse Werknemers ongeoorloofd onderscheid wordt gemaakt naar nationaliteit. Tegen deze beslissing is geen beroep mogelijk. De beslissing van de voorzieningenrechter is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder nummer 05/3329 BESLU VV.


2

Momenteel wordt het door de VIA en de LBV bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingediende bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek tot dispensatie behandeld. Deze behandeling zal nog enige tijd vergen. De VIA en de LBV kunnen, indien de beslissing op bezwaar niet aan hun bezwaren tegemoet komt, tegen deze beslissing beroep instellen bij de rechtbank.

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

(mr. A.J. de Geus)

(<< terug)


SBA Euro houdt onbetrouwbare uitzendkrachten buiten de deur

Tilburg, september 2005

Per januari 2006 houdt SBA Euro illegale uitzendkrachten definitief buiten de deur dankzij idchecker.nl. Met een druk op de knop wordt direct gecontroleerd of het identiteitsbewijs ook daadwerkelijk aan de uitzendkracht toebehoort.

De idchecker.nl is een eenvoudige webapplicatie die via internet beoordeelt of de data op het identiteitsbewijs juist zijn. Want met een uitgebreide database aan internationale uitzendkrachten is het noodzakelijk om er zeker van te zijn dat de juiste mensen op de juiste plaats terechtkomen en onbetrouwbare uitzendkrachten juist worden geweerd. Idchecker.nl is een extra controlemiddel. Met dit instrument rekent SBA Euro voorgoed af met gevlekte en slecht leesbare kopieën van paspoorten of zoekgeraakte identiteitsbewijzen. Idchecker.nl biedt zekerheid over de legaliteit binnen de organisatie en creëert een betrouwbare database voor alle medewerkers.

Digitaal dossier
Alle gegevens van een uitzendkracht worden na controle volgens de wettelijke regelgeving vastgelegd in een rapport. Dit rapport is op elk gewenst moment oproepbaar en eenvoudig te versturen naar bijvoorbeeld partners, instanties of vestigingen in het buitenland. Aan het rapport kunnen ook eventueel de loonbelastinggegevens worden toegevoegd, waarmee voor elke uitzendkracht een digitaal dossier ontstaat. Bijkomend voordeel is het voorkomen van vervelende verrassingen door naheffingen van de Belastingdienst of arbeidsinspecties. Meer informatie vindt u op: www.idchecker.nl.

Over SBA Euro
Uitzendorganisatie SBA Euro kijkt over grenzen heen. Als één van de grootste Nederlandse uitzendorganisaties is SBA Euro gespecialiseerd in het uitzenden van Poolse en Tsjechische medewerkers. Voornamelijk productiekrachten en een groeiend aantal vakmensen. SBA Euro levert uitzendkrachten voor bedrijven in diverse branches. Met vestigingen in Nederland (Tilburg, Eindhoven, Schijndel, Oss, Heerenveen, Loenen en Wijk aan Zee), Duitsland en Polen. www.sbaeuro.com

<< Terug

Uitzendorganisatie SBA Euro selecteert CIBER’s mySAP All-in-One oplossing “Ciberflex”

door Jean-Paul Jetten, CIBER Nederland, Eindhoven – 14 september 2005

Uitzendorganisatie SBA Euro is één van de grootste Nederlandse uitzendorganisaties, gespecialiseerd in het uitzenden van Poolse en Tsjechische medewerkers. De uitzendkrachten van SBA Euro bestaan voornamelijk uit productiemensen en een groeiend aantal vakmensen. SBA Euro verzorgt naast het leveren van buitenlandse uitzendkrachten ook vervoer en huisvesting van hen.

Uitdaging
SBA Euro wil een geďntegreerde oplossing inzetten om klanten pro-actiever te kunnen benaderen en het primaire proces efficiënter te laten verlopen. SBA Euro werkt momenteel met verschillende gescheiden softwaresystemen (ondermeer BIT, Lopac en Exact E-Synergy) en diverse maatwerksystemen en daarmee zijn de gewenste doelstellingen niet te behalen. “Snelheid en nauwkeurigheid van informatie is cruciaal om zowel uitzendkracht als opdrachtgever tevreden te stellen,” zegt Roland van den Brand. “Vervuilde databases helpen daar niet bij. Zeker omdat wij internationaal opereren, bestond de wens om over de landen heen te beschikken over uitwisselbare informatie. Daarnaast biedt Workflow management ons de mogelijkheid alles duidelijk in processen te vatten zoals transport en huisvesting,” vult Michael Vreuls (IT Manager) aan.

De keuze viel na een korte selectieprocedure op Ciberflex, de All-in-One oplossing van CIBER en SAP. Het feit dat alle processen met de gekozen oplossing gedekt worden, er locatieonafhankelijk informatie kan worden opgevraagd en goede planning mogelijk is, zijn de belangrijkste redenen. “Uiteraard is de prijs een factor, maar de ervaring van SAP en CIBER met onze problematiek en de professionaliteit van de consultants gaven toch echt de doorslag,” aldus Van den Brand.

“Met onze ervaring in de flexmarkt, is het onze taak SBA Euro te sturen tijdens de implementatie en te ondersteunen bij het veranderingsproces,” zegt Ronald Hoenink Sales Manager CIBER. “Ciberflex biedt bedrijven de mogelijkheid om zowel de optimalisatie van een pool van mensen bij een opdracht als het zoeken van de geschikte kandidaat bij een vacature optimaal te ondersteunen”.

Over SBA Euro
Uitzendorganisatie SBA Euro is één van de grootste Nederlandse uitzendorganisaties, gespecialiseerd in het uitzenden van Poolse en Tsjechische medewerkers.
De uitzendkrachten van SBA Euro bestaan voornamelijk uit productiekrachten en een groeiend aantal vakmensen. SBA Euro levert uitzendkrachten voor bedrijven in diverse branches. SBA Euro heeft vestigingen in Nederland (Tilburg, Eindhoven, Schijndel, Oss, Heerenveen, Loenen en Wijk aan Zee), Duitsland en Polen.

Over CIBER Nederland
CIBER is een toonaangevende IT-dienstverlener die zich specialiseert in het bouwen, integreren en beheren van kritische bedrijfsoplossingen en -systemen.
Door haar pragmatische dienstverlening biedt CIBER Nederland superieur advies, implementatie, onderhoud en beheer van standaard- en maatwerk oplossingen voor haar klanten.

CIBER (NYSE: CBR) kijkt terug op dertig jaar internationale ervaring met klanten in zowel de overheid als het bedrijfsleven. In Nederland richt CIBER zich op de branches hightech industrie, utilities, overheid, groothandel, telecom, media, financiële en zakelijke dienstverlening. CIBER staat voor kwaliteit en vertrouwen door slagvaardig handelen. We bouwen en optimaliseren klantsystemen om competitief voordeel voor hen te behalen. We staan bekend om ons inlevingsvermogen en daadkracht. Inmiddels zijn we een gerenommeerde partij in het Nederlandse IT-landschap. Deze positie heeft CIBER alleen bereikt doordat klanten hen vertrouwen. Zij kunnen rekenen op hoogwaardige diensten en bijbehorende resultaten.

In Nederland is CIBER met meer dan 200 specialisten een van de grotere IT-dienstverleners. Wereldwijd behoort CIBER (NYSE: CBR) tot de absolute top met bijna 9.000 specialisten en een jaaromzet van 843 miljoen dollar. Meer informatie vindt u op www.ciber.nl

<< Terug


30.000 BUITENLANDSE UITZENDKRACHTEN GEDUPEERD DOOR BESLUIT DE GEUS

door G.  Roubos, directeur VIA te Tilburg ,
ter publicatie aangeboden,14 september 2005

30.000 buitenlandse uitzendkrachten zijn de dupe van een besluit van minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Om de speciale cao voor buitenlandse uitzendkrachten NIET en de algemene cao voor uitzendkrachten WEL toe te laten. Dit betekent voor de buitenlandse uitzendkrachten dat zij de garantie op werk en dus op inkomen verliezen.

De VIA, de Vereniging Internationale Arbeidsbemiddelaars is verbijsterd. Na spoedoverleg met de leden is besloten om het omstreden besluit van minister De Geus via de rechter in kort geding aan te vechten. Uiteraard zal ook via de bestaande procedure's bezwaar worden aangetekend.

De bij de VIA aangesloten organisaties bemiddelen voor uitzendkrachten uit onder meer Polen,Duitsland, Griekenland en Portugal. Voor deze uitzendkrachten, en voor Nederlandse uitzendkrachten die in het buitenland wonen maar in Nederland werken,  is een vijf sterren cao opgesteld.

Belangrijkste punten in deze zogeheten VIA CAO:

1.het netto loon van  uitzendkracht is, vanaf de eerste dag dat zij werken, gelijk aan het netto loon
   van zijn Nederlandse collega
2.Garantie op doorbetaling , ook als er tijdelijk geen werk is
3.Garantie op doorbetaling bij ziekte
4.Afspraken voor fatsoenlijke huisvesting en een prima reiskostenvergoeding
5.Afspraken voor een goede gezondheidszorg en sociale begeleiding

In de cao die nu door minister De Geus is goedgekeurd, de zogeheten ABU CAO, ontbreken deze punten. De VIA vindt dat de ABU CAO geen recht doet aan de specifieke situatie met betrekking tot buitenlandse werknemers.

De Vereniging Internationale Arbeidsbemiddelaars heeft bij het voorbereiden van de zogeheten VIA CAO altijd de juiste procedures gevolgd. Het besluit van de minister is voor de VIA dan ook onbegrijpelijk en voor de buitenlandse uitzendkrachten onverteerbaar.

<< Terug

Voor Polen dreigt uitbuit-CAO

door Jan Marijnissen en Paul Ulenbelt
Gepubliceerd in NRC Handelsblad, 23 augustus 2005

Als het kabinet onze arbeidsvoorwaarden serieus neemt verheft het zijn stem in Europa om de uitbuiting van Polen en oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt te stoppen.

De toestroom van Polen op de arbeidsmarkt werkt ontwrichtend: de Polen worden uitgebuit, Nederlandse werknemers worden verdrongen, en kleine ondernemingen en zelfstandigen worden uit de markt geduwd. Het kabinet moet beseffen dat het `nee' tegen de Europese Grondwet ook een `nee' was tegen de ongebreidelde liberalisering van de internationale arbeidsmarkt en de oneerlijke concurrentie die daar het gevolg van is.

Een aannemer heeft tekeningen en een offerte gemaakt voor de verbouwing van een woonhuis in Leiden. Na drie maanden heeft hij nog geen reactie en als hij poolshoogte gaat nemen, ziet hij vijf Polen aan de hand van zijn tekeningen het werk uitvoeren.

Een transportbedrijf in Oss heeft een personeelsstop voor Nederlandse chauffeurs, maar heeft in zes jaar tijd wel 1.100 Poolse chauffeurs in dienst genomen, want een Nederlandse chauffeur kost hem 3.600 euro per maand en een Pool de helft. Een tuinbouwbedrijf op Texel betaalt 30 Polen 200 euro per maand, eenvijfde van ons minimumloon.

Polen kunnen hier gerust werken, maar dan wel volgens de Nederlandse wetten en regels, want deze zijn geen belemmeringen voor een gezonde arbeidsmarkt, maar noodzakelijke voorwaarden hiervoor. Het kabinet moet de huidige ontwrichting stoppen en de negatieve gevolgen van de Europese liberalisering van de arbeidsmarkt inperken door vast te houden aan de bestaande wetten, regels en afspraken. Eerste belangrijke stappen zijn overheidstoezicht op naleving van CAO's, een vergunningenstelsel voor uitzendbureaus en gemeentelijke controle op wie de verbouwingen uitvoert waarvoor vergunning is verleend.

Polen willen lange dagen maken tegen lage lonen en houden het rustig een half jaar vol op een camping. Dat is begrijpelijk: de werkloosheid in Polen bedraagt 20 procent, en onder jongeren is dat 40 procent en een uurloon van 1 euro is in Polen normaal.

Het kabinet verwachtte dat de toestroom vanuit Polen beperkt zou blijven en in de hand kon worden gehouden met behulp van tewerkstellingsvergunningen. Dat bleek niet het geval. Van mei tot oktober 2004 werden meer dan 25.000 tewerkstellingsvergunningen verleend aan Oost-Europeanen, merendeels Polen. Een tewerkstellingsvergunning is nodig voor mensen die alleen een Pools paspoort hebben en bij een Nederlandse werkgever of uitzendbureau aan de slag willen.

Er is echter ook een grote groep Polen die tevens de beschikking heeft over een Duits paspoort en zij kunnen door het vrije verkeer van werknemers in de EU gaan en staan waar ze willen. In westelijk Polen zijn zo'n 100 Nederlandse uitzendbureaus actief voor de tuinbouw en inpakwerk, en inmiddels ook voor de bouw. Zij werven timmerlieden, loodgieters, stukadoors en elektriciens.

En ongeacht hun paspoort kunnen álle Polen zich in Nederland vrijelijk aanbieden als zelfstandige. Volgens schattingen van de Raad voor Werk en Inkomen waren in 2004 tussen de 29.000 en 53.000 Polen werkzaam in ons land en dat aantal groeit rap.

Om paal en perk te stellen aan illegale arbeid door Polen en anderen zijn de boetes verhoogd: 4.000 euro per werknemer voor een particulier en het dubbele voor een bedrijf. Het lijkt een ferme aanpak, maar het haalt niks uit. De boete is te laag in vergelijking met de winst die kan worden behaald en ook de pakkans is nog steeds zeer gering. Het kabinet gaat onze CAO's ook van toepassing verklaren op buitenlandse bedrijven die in Nederland actief zijn. In de bouw was dat al zo.

Een Pools uitzendbureau is straks dus gehouden aan de Uitzend-CAO. Maar de uitzendbureaus die `gespecialiseerd' zijn in Polen, hebben een sluipweg gevonden om de Uitzend-CAO te ontduiken. Ongeveer dertig van deze bureaus zijn sinds maart 2004 verenigd in de Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA). Deze club heeft een jaar later een ,,CAO Arbeidsbemiddeling buitenlandse werknemers'' afgesloten met de Landelijke Bedrijfsorganisatie Verkeer, een onbekende en onduidelijke organisatie die zich vakbond noemt.

De CAO zou moeten gelden voor 30.000 buitenlandse arbeiders en stelt dat het nettoloon gelijk moet zijn aan lonen die vaste werknemers in het bedrijf verdienen, maar dat er zaken van kunnen worden afgetrokken zoals huisvestingskosten, autokosten, woon-werkverkeer, vervoer van en naar het land van herkomst, ziektekosten. Voor pensioenen is niets geregeld en belasting en premies worden in Polen betaald. Dat is geen Uitzend- maar een uitbuit-CAO. De VIA heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om dispensatie van de Uitzend-CAO gevraagd, zodat ze deze uitbuit-CAO kunnen doorzetten.

De VVD wil met Bolkesteins dienstenrichtlijn de Europese arbeidsmarkt liberaliseren, waardoor de lonen in Nederland verder onder druk komen te staan, en we in heel Europa rondtrekkende paria's krijgen. Inmiddels doen nu Oekraďeners het laagstbetaalde werk in Polen. De VVD in de Tweede Kamer wil niet dat voor buitenlandse bedrijven die in Nederland werken onze CAO's gelden, zij hebben liever dat Nederlandse werknemers `stevig' beconcurreerd kunnen worden op loonkosten.

`Otto Werkt' is één van de grootste leden van de VIA. In haar Raad van Advies zitten onder anderen VVD-coryfeeën Hans Wiegel en Frank de Grave. De liberale `godfather' Wiegel helpt dus om een uitbuit-CAO in elkaar te timmeren die de wens van de meerderheid van de Kamer onderuithaalt. VVD-staatssecretaris Van Hoof zou vervolgens de dispensatie moeten verlenen. Dit is een goed gecoördineerde aanval van de liberalen op de lonen, rechten en bescherming van Nederlandse werknemers en kleine ondernemers en zelfstandigen. Als het kabinet onze arbeidsvoorwaarden serieus neemt, slaat het deze aanval af en verheft het zijn stem in Europa om de uitbuiting van Polen en oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt te stoppen.

De EU wil dat Nederland zijn systeem van tewerkstellingsvergunningen voor buitenlanders opheft. Het kabinet gehoorzaamt gedwee en wil slechts een slappe meldingsplicht invoeren. Als we niets doen en in 2011 alle grenzen opengaan, is de ramp niet te overzien.

Jan Marijnissen is fractievoorzitter SP in de Tweede Kamer. Paul Ulenbelt is SP-fractiemedewerker Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Hierop heeft de VIA (ook namens ons) gereageerd (klik hier)

<< Terug

JAN KAN NIET REKENEN

Reactie op Publicatie: Voor Polen dreigt uitbuit-CAO

Door Gerlof Roubos, directeur VIA en Marielle Scheepens-van den Boom, beleidsmedewerker
Gepubliceerd in NRC Handelsblad, 25 augustus 2005

De redenering van Jan Marijnissen in de NRC van afgelopen maandag over de 'uitbuit-CAO' is even onthutsend als ongefundeerd. Onthutsend omdat hij kennelijk de Nederlandse werknemer ten koste van alles wil beschermen tegen het gevaar dat Polen heet.
Maar Polen drukken de Nederlandse werknemers niet weg. Polen vullen de gaten op die wij in de arbeidsmarkt laten vallen.

In ons land is een ernstig tekort aan mensen die bereid zijn simpel werk te doen in productie bedrijven. Bijvoorbeeld aan orderpikkers, in-en ompakkers en aan lopende band arbeiders. Ook is er een schrijnend tekort aan ambachtslieden. Waar zijn de vaklui die nog kunnen lassen, stukadoren, rietdekken? Waar zijn de echte elektriciens gebleven?

Er zijn veel Poolse “handjes “in actie in Nederlandse fabrieken en in distributiecentra. Geen wonder, Nederlanders zijn nauwelijks te porren voor dit soort werk.

Deze tekorten op de arbeidsmarkt worden nu aangevuld met werknemers uit onder meer Polen , Griekenland, Portugal, Malta en uit Tsjechië. Uitzendorganisaties die lid zijn van de Vereniging voor Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA) behandelen deze nieuwe generatie buitenlandse werknemers volgens de Nederlandse wet . Zij zorgen voor uitstekende huisvesting, voor vervoer en voor begeleiding. En het belangrijkste, volgens de CAO Arbeidsbemiddeling Buitenlandse Werknemers in Nederland (VIA-CAO) krijgen buitenlandse werknemers hetzelfde nettosalaris als hun Nederlandse collega. Een Pool verdient niet minder dan een Nederlander. Hierdoor voorkomen leden van de VIA valse concurrentie op de arbeidsmarkt.

Jan Marijnissen stelt in zijn betoog in de NRC dat Polen weliswaar hetzelfde nettoloon ontvangen als hun Nederlandse collega’s. Maar volgens Marijnissen worden er zoveel onkosten van dat netto bedrag afgetrokken zoals huisvesting,reiskosten en ziektekosten dat er zo weinig overblijft dat volgens hem sprake is van een “uitbuit-cao”.
Dit is ongefundeerd kritiek van Jan Marijnissen.
Om precies te zijn: per bedrijf wordt  40 ŕ 45 Euro per week aan huisvesting ingehouden op het salaris van een buitenlandse werknemer. Een Nederlandse werknemer is op zijn netto loon gemiddeld veel meer kwijt aan huisvesting.
Wat Marijnissen dus doet is stemmingmakerij.

Wat zijn nu de belangrijkste bepalingen in de CAO van de VIA, de Vereniging voor Internationale Arbeidsbemiddelaars?
Vanaf dag 1 ontvangt de buitenlandse werknemer hetzelfde netto salaris als zijn Nederlandse collega.
Bedrijven kunnen gebruik maken van contracten voor bepaalde of onbepaalde tijd.
In beide gevallen is het salaris gegarandeerd. Bij het wegvallen van werk of in het geval van ziekte wordt het salaris onverminderd doorbetaald. Overuren kunnen worden gespaard voor extra vrije dagen.

De VIA eist van haar leden dat zij voldoen aan de criteria van het onafhankelijke keurmerk voor internationale arbeidsbemiddeling. Het gaat hierbij om onder meer adequate huisvesting (dus geen caravans, tenten, schuren en stallen), vervoer van en naar huis en sociale begeleiding 24 uur per dag.

Tot onze verbijstering heeft Marijnissen blijkbaar geen moeite om feitelijke onwaarheden over de VIA-CAO te verkondigen. Evenals alle andere uitzendbureaus in Nederland, dienen ook de leden van de VIA hun pensioenafdrachten aan het STIPLU te voldoen. Werknemers in dienst bij een Nederlandse werkgever dragen in Nederland belastingen en premies af. Poolse medewerkers dragen dus bij aan onze sociale zekerheid, zonder dat ze daarvan kunnen profiteren. Kamerleden zijn hiervan allang op de hoogte.

In de EU  bestaat vrij verkeer van goederen,diensten,kapitaal en werknemers. Marijnissen wil hier selectief in winkelen. Alleen wat ons voordeel op levert (export en investeringen) pruimt hij. Het vrij verkeer van werknemers wat de nieuwe landen binnen de EU helpt in hun ontwikkeling wijst hij af. Over solidariteit gesproken!

 Tot slot zijn wij onthutst over de “redenering  over bescherming van de werknemers” van Marijnissen.
Hij wil kennelijk de Nederlandse werknemer ten koste van alles beschermen tegen nieuwe collega’s uit Polen. Maar buitenlandse arbeidskrachten vullen de gaten op in de arbeidsmarkt.

Marijnissen kan dit weten! Sterker nog, hij hoort dit te weten als Kamerlid.
Wat overblijft is een angstige anti-buitenland redenering. Onthutsend. (klik hier voor artikel Marijnissen)

<< Terug